Welk certificaat heb je nodig voor onderwaterlassen aan een pijpleiding?
Vraag drie mensen welk ‘certificaat’ je nodig hebt om aan een onderzeese pijpleiding te lassen en je krijgt waarschijnlijk drie verschillende antwoorden. Dat komt doordat er meestal niet één certificaat geldt, maar meerdere kwalificatie- en goedkeuringslagen.
Welke lagen precies nodig zijn, wordt bepaald door de lasomgeving, de toegepaste lasmethode, het uitvoerende bedrijf, de pijpleidingcode, de projectspecificaties en eventuele eisen van een classification society.
De vier lagen
1 · De onderwaterlasser — persoonsgebonden kwalificatie
De lasser-duiker moet persoonlijk zijn gekwalificeerd voor het werk dat hij uitvoert:
- EN ISO 15618-1 voor hyperbaar nat lassen;
- EN ISO 15618-2 voor hyperbaar droog lassen in een habitat;
- AWS D3.6M wanneer deze Amerikaanse onderwaterlascode contractueel is voorgeschreven.
De kwalificatie is gebonden aan essentiële variabelen en een vastgesteld kwalificatiebereik. De proefdiepte bepaalt daarbij mede het toegestane diepte- of drukbereik; dit is dus niet automatisch beperkt tot uitsluitend de exacte diepte waarop de proef is afgelegd. AWS D3.6M bevat hiervoor expliciete dieptelimieten in Table 7.3.
2 · De lasprocedure — kwalificatie van de lasmethode
Naast de lasser moet ook de lasmethode van het uitvoerende bedrijf zijn gekwalificeerd:
- ISO 15614-9:2025 voor hyperbaar nat lassen;
- ISO 15614-10:2005 voor hyperbaar droog lassen.
De WPQR of LMK toont door middel van beproeving aan dat de voorgestelde procedure onder de gekwalificeerde omstandigheden een lasverbinding met de vereiste eigenschappen kan produceren. De kwalificatie geldt binnen vastgestelde grenzen voor onder meer proces, materiaal, laspositie en hyperbare omstandigheden. Bij droog hyperbaar lassen moeten de druk en de toegepaste atmosfeer of gascondities nauwkeurig in de WPS worden beheerst. ISO 15614-10 kan ook worden gebruikt voor gemechaniseerde en geautomatiseerde lasprocessen.
3 · De pijpleidingcode — eisen van het project
Voor onderzeese pijpleidingen kunnen codes en standaarden gelden zoals:
- DNV-ST-F101 voor onderzeese pijpleidingsystemen;
- API 1104 voor het lassen van pijpleidingen en aanverwante installaties.
DNV-ST-F101 bevat eisen en aanbevelingen voor de volledige levenscyclus van onderzeese pijpleidingen. API 1104 richt zich specifiek op lasprocedures, lassers, uitvoering, inspectie en acceptatie van pijpleidinglassen. De opdrachtgever kan daarnaast projectspecifieke eisen vastleggen die strenger zijn dan de basiscode.
Voor kritische, drukdragende of vermoeiingsbelaste reparaties kan hyperbaar droog lassen worden verlangd, omdat de lasomgeving daarmee beter beheersbaar is. Of nat lassen technisch en contractueel is toegestaan, moet echter per project en ontwerpbeoordeling worden vastgesteld.
4 · Class approval — aanvullende beoordeling of goedkeuring
Bij geclasseerde objecten kunnen aanvullende eisen gelden van bijvoorbeeld DNV, Lloyd’s Register, ABS of Bureau Veritas.
De classification society kan, afhankelijk van haar regels en de projectspecificaties:
- de lasprocedure en kwalificatiedocumenten beoordelen;
- een proef laten bijwonen door een surveyor;
- bestaande kwalificaties onder voorwaarden accepteren;
- aanvullende beproevingen of goedkeuringen verlangen.
Fysieke witnessing van iedere proef is dus niet automatisch altijd verplicht. ABS bepaalt bijvoorbeeld dat bestaande lasprocedures en lasserskwalificaties onder bepaalde omstandigheden door de surveyor mogen worden geaccepteerd.
De kern: voor professioneel onderwaterlaswerk moeten de lasser, de lasmethode en het project aantoonbaar op elkaar aansluiten. Eventuele class-goedkeuring vormt daarbovenop een aanvullende, projectgebonden beoordelingslaag.
Wat diepte verandert
Hyperbaar nat lassen
Bij nat onderwaterlassen staat de lasboog rechtstreeks in contact met het water. Het omringende water veroorzaakt een snelle warmteafvoer, terwijl in en rond de lasboog waterstof kan ontstaan en in het lasmetaal kan worden opgenomen.
De combinatie van diffundeerbare waterstof, een snel afgekoelde en mogelijk harde warmte-beïnvloede zone en aanwezige spanningen vergroot het risico op waterstofgeïnduceerde koudscheuren. Dit risico wordt niet door één vaste hardheidsgrens bepaald, maar door de combinatie van materiaal, koolstofequivalent, waterstofgehalte, warmte-inbreng, lasprocedure, verbinding en belasting.
Nat lassen wordt vooral toegepast bij werkzaamheden waarbij de technische eisen, bereikbaarheid en gekozen reparatiemethode dit toelaten, zoals:
- damwanden en kademuren;
- haven- en waterbouwkundige constructies;
- scheepsreparaties;
- tijdelijke reparaties;
- constructieve reparaties in relatief ondiep water.
Een algemene maximale productiediepte van 30 of 60 meter kan niet zonder meer worden vastgesteld. De technische uitvoerbaarheid en vereiste laskwaliteit moeten per materiaal, lasmethode, kwalificatiebereik en project worden beoordeeld.
Hyperbaar droog lassen in een habitat
Bij droog hyperbaar lassen wordt een afgesloten habitat over de laslocatie of pijpleiding geplaatst. Het water wordt uit de werkkamer verdrongen en er wordt gelast in een gecontroleerde gasatmosfeer, terwijl de druk in de habitat overeenkomt met de omgevingsdruk op de betreffende waterdiepte.
Doordat de laszone droog is en de warmte-inbreng, voorwarmtemperatuur, toevoegmaterialen en atmosfeer beter kunnen worden beheerst, kan een laskwaliteit worden bereikt die vergelijkbaar is met conventioneel bovenwaterlassen. Hyperbaar droog lassen is daardoor een gevestigde techniek voor hoogwaardige verbindingen, tie-ins en reparaties aan onderzeese pijpleidingen.
In de Noordzee zijn dergelijke systemen langdurig toegepast voor pijpleidingwerk op duikerbereikbare diepten. SINTEF vermeldt dat bestaande systemen zijn ingezet tot circa 250 meter en dat voor Noorse operaties een bedrijfsgebonden duiklimiet van 180 meter werd ingevoerd. De exacte operationele grens is afhankelijk van de duikorganisatie, regelgeving, apparatuur en projecteisen.
Welke duikkwalificatie hoort bij de diepte?
Binnen het Nederlandse registratiestelsel gelden voor zware beroepsmatige duikwerkzaamheden de volgende scopes:
- B30: SSE-duiken tot en met 30 meter;
- B50R: SSE-duiken tot en met 50 meter;
- B50: SSE-duiken, inclusief duiken vanuit een open duikklok, tot en met 50 meter;
- C: SSE-duiken vanuit een gesloten duikklok, met ademgassen die voor grotere diepten zijn samengesteld.
Voor scope C is in het registratieschema geen vaste numerieke dieptelimiet opgenomen.
Boven het gebruikelijke bereik van surface-oriented duiken verschuift offshorewerk naar closed-bell- en saturatieduiken. De duikers leven dan gedurende een langere periode onder druk en worden met een gesloten duikklok tussen het saturatiesysteem en de werkplek vervoerd.
Diepte verandert dus niet alleen de druk, maar ook het lasproces, de lasmethodekwalificatie, de apparatuur, de duiktechniek en de vereiste vakbekwaamheid van de lasser-duiker.
Scenariotabel
| Scenario | Lasserskwalificatie | Lasprocedure | Class, operator en witnessing | Duikkwalificatie |
|---|---|---|---|---|
| Kademuur of damwand, nat, circa 10 m | EN ISO 15618-1 of AWS D3.6M, binnen het gekwalificeerde bereik | ISO 15614-9 of een volgens AWS D3.6M gekwalificeerde WPS/PQR | Class-witnessing meestal niet van toepassing; inspectie of witnessing door de opdrachtgever kan wel worden voorgeschreven | Nederlands stelsel: B30 of een hogere passende scope |
| Offshoreconstructie, nat, circa 25 m | EN ISO 15618-1 of AWS D3.6M. Bij de AWS-route wordt de vereiste lasklasse A, B of O door het project bepaald | ISO 15614-9 of AWS D3.6M, afhankelijk van het voorgeschreven normstelsel | Documentbeoordeling en/of witnessing wanneer dit door het class-regelwerk, de opdrachtgever of het inspectieplan wordt vereist | Nederlands stelsel: B30 of een hogere passende scope |
| Pijpleidingreparatie, nat, circa 20 m | EN ISO 15618-1 of AWS D3.6M, passend bij de voorgeschreven reparatieroute | Projectspecifiek gekwalificeerde procedure. Mogelijk ISO 15614-9 of AWS D3.6M Class O in combinatie met de aangewezen pijpleidingcode of projectspecificatie | Alleen toepasbaar wanneer de operator en eventuele onafhankelijke verifier of class society de reparatiemethode accepteren; vaak is een technische integriteitsbeoordeling vereist | Nederlands stelsel: B30 of een hogere passende scope |
| Pijpleidingreparatie, droog habitat, circa 60 m | EN ISO 15618-2 voor de lasser-duiker; operatorqualificatie wanneer gemechaniseerd of automatisch wordt gelast | ISO 15614-10 of de voorgeschreven AWS-route, gekwalificeerd voor de relevante hyperbare omstandigheden | Beoordeling door operator en onafhankelijke verifier; class-witnessing wanneer de contractspecificatie of verificatiescope dit verlangt | Nederlands stelsel: scope C, met gesloten duikklok |
| Pijpleidingreparatie, droog hyperbaar in saturatie, 100 m+ | EN ISO 15618-2 voor handmatig lassen; welding-operatorqualificatie uitsluitend bij gemechaniseerd of automatisch lassen | ISO 15614-10, gekwalificeerd voor het toepasselijke druk- of dieptebereik, de atmosfeer en overige essentiële variabelen | Uitgebreide voorafgaande goedkeuring van WPS, apparatuur, habitat en inspectieplan door operator en eventueel class of onafhankelijke verifier; witnessing volgens de projectspecifieke scope | Scope C plus aantoonbare opleiding, ervaring en bedrijfsbevoegdheid voor closed-bell- en saturatieduiken |
Veelgestelde vragen
Mag ik met een natlas-kwalificatie aan een pijpleiding lassen?
Een natlas-kwalificatie geeft niet automatisch toestemming om aan iedere pijpleiding te lassen. Nat lassen aan niet-drukdragende onderdelen rond een pijpleiding, zoals bepaalde supports of anodeconstructies, kan mogelijk zijn wanneer de projectspecificatie, de operator en de technische beoordeling dit toestaan. Voor lassen aan de drukvoerende leidingwand zelf is altijd een projectspecifieke beoordeling en expliciete acceptatie nodig. Droog hyperbaar lassen of een mechanische reparatieoplossing is bij kritische pijpleidingreparaties doorgaans de gebruikelijke route.
Is diepte echt onderdeel van mijn kwalificatie?
Ja. De proefdiepte en de bijbehorende omgevingsdruk bepalen mede het geldigheidsbereik van je kwalificatie. Je bent dus niet alleen gekwalificeerd voor exact de getoetste diepte, maar voor het bereik dat volgens de toegepaste norm uit de proef volgt. Wil je buiten dat bereik werken, dan is een aanvullende kwalificatie of herkwalificatie nodig. Ook de lasprocedure moet geldig zijn voor het betreffende druk- en dieptebereik en voor de overige essentiële variabelen. EN ISO 15618-1 werkt met vastgestelde kwalificatiebereiken en AWS D3.6M bevat hiervoor afzonderlijke dieptelimieten.
Daarom beschikt onze duikput over een beweegbare vloer die tot op de centimeter nauwkeurig kan worden ingesteld. Zo kunnen de trainings- en toetsomstandigheden gericht worden afgestemd op het gewenste kwalificatiebereik.
Welk duikbrevet heb ik eerst nodig?
Je hebt een erkende beroepsduikregistratie nodig die past bij de diepte en de aard van de werkzaamheden. Binnen het Nederlandse stelsel geldt voor zware werkzaamheden met Surface Supplied Equipment: B30 tot en met 30 meter, B50R tot en met 50 meter en B50 tot en met 50 meter, inclusief werken vanuit een open duikklok. Voor werkzaamheden vanuit een gesloten duikklok met speciaal samengestelde ademgassen geldt scope C. Buitenlandse beroepsduikkwalificaties worden vooraf individueel beoordeeld op gelijkwaardigheid en inzetbereik.
Wie geeft op een echt project de uiteindelijke goedkeuring?
De uiteindelijke projectacceptatie ligt bij de opdrachtgever of operator, op basis van de toepasselijke code, de projectspecificaties en het inspectie- en verificatieplan. Wanneer class approval of onafhankelijke verificatie is voorgeschreven, kan een instantie zoals DNV, Lloyd’s Register, ABS of Bureau Veritas de kwalificatiedocumenten beoordelen en, afhankelijk van de afgesproken scope, de proef bijwonen. Fysieke witnessing is dus niet automatisch bij ieder project verplicht.
Een geldige persoonsgebonden lasserskwalificatie van een erkende certificatie-instantie vormt daarvoor een belangrijke basis, maar is op zichzelf geen automatische goedkeuring voor ieder project, iedere pijpleiding of iedere opdrachtgever. DNV biedt afzonderlijke goedkeuringen voor onderwaterlassers volgens EN ISO 15618-1 en AWS D3.6M.
Leg je fundament
Lasserskwalificatie voor hyperbaar nat lassen, afgenomen onder toezicht van DNV — de eerste laag van de stapel.
