Hyperbaric Welding Center

Nat lassen vs droog hyperbaar lassen

Beide gebeuren onder water, maar het zijn fundamenteel verschillende processen met verschillende kwaliteitsniveaus, kosten en toepassingen. Het verschil begrijpen is de eerste stap in het vak — en in het goed lezen van projectspecificaties.

Nat lassen

Bij hyperbaar nat lassen brandt de lasboog rechtstreeks in het omringende water. Meestal wordt hiervoor booglassen met beklede elektrode toegepast — SMAW of proces 111 — met speciaal voor onderwatergebruik ontwikkelde elektroden.

De lasser-duiker werkt zonder droge habitat rond de laslocatie. Daardoor is nat lassen flexibel, relatief snel te mobiliseren en doorgaans minder materieel- en kostenintensief dan droog hyperbaar lassen.

De grootste uitdaging ligt in de metallurgie. Het omringende water veroorzaakt een zeer snelle afkoeling van de lasverbinding. Tegelijkertijd kan waterstof uit de lasboog en de omringende dampbel in het lasmetaal worden opgenomen. De combinatie van diffundeerbare waterstof, een mogelijk harde en brosse warmte-beïnvloede zone en aanwezige las- en restspanningen verhoogt het risico op waterstofgeïnduceerde koudscheuren.

Met een goed opgeleide lasser-duiker, geschikte elektroden en een correct gekwalificeerde lasprocedure kan nat lassen doelgericht worden toegepast voor constructiewerk en goedgekeurde reparaties, bijvoorbeeld aan damwanden, kademuren, havenconstructies, offshoreconstructies en anodebevestigingen. De technische toelaatbaarheid en het vereiste kwaliteitsniveau worden altijd bepaald door de toepasselijke norm, de projectspecificaties en de opdrachtgever.

Lasserskwalificatie

Binnen AWS D3.6M geven Class A, Class B en Class O het vereiste kwaliteits- en toepassingsniveau van de las aan. Het zijn geen afzonderlijke kwalificatieniveaus van de lasser.

Lasmethodekwalificatie

Droog hyperbaar (habitat-)lassen

Bij droog hyperbaar lassen wordt een afgesloten kamer — de habitat — rond het werkstuk of de pijpleiding geplaatst. Het water wordt uit de werkruimte verdrongen, waarna de lasser werkt in een droge, gecontroleerde gasatmosfeer onder een druk die overeenkomt met de waterdiepte.

Doordat de laszone droog is en onder meer de atmosfeer, voorwarmtemperatuur, warmte-inbreng en lasparameters beter kunnen worden beheerst, kan een laskwaliteit worden bereikt die vergelijkbaar is met conventioneel bovenwaterlassen. Droog hyperbaar lassen is daarom een gevestigde methode voor hoogwaardige verbindingen, tie-ins en reparaties aan onderzeese pijpleidingen. In de Noordzee wordt deze techniek sinds de jaren tachtig toegepast. Bestaande systemen zijn succesvol ingezet op diepten tot circa 250 meter.

De keerzijde is de omvangrijke logistiek. Voor de uitvoering zijn onder meer een habitat, afdichtings- en positioneringssystemen, gasmanagement, drukbeheersing, communicatie en inspectievoorzieningen nodig. Op grotere diepten wordt doorgaans gewerkt met closed-bell- en saturatieduikers.

De lasmethode wordt gekwalificeerd volgens ISO 15614-10 voor hyperbaar droog lassen. Deze norm beschrijft de kwalificatie van de WPS en de minimale beproevingseisen en kan ook worden toegepast op gemechaniseerde en geautomatiseerde lasprocessen. De procedure moet geldig zijn voor de toegepaste hyperbare omstandigheden en de overige essentiële variabelen.

Persoonskwalificatie

Lasmethodekwalificatie

Naast elkaar

OnderwerpNat lassenDroog hyperbaar lassen
OmgevingOpen water; de lasboog en lasverbinding staan rechtstreeks in contact met het waterAfgesloten, droge habitat rond het werkstuk, onder een druk die overeenkomt met de waterdiepte
Typische toepassingConstructiewerk, zoals damwanden, kademuren, havenconstructies, scheepsreparaties, anodes en goedgekeurde structurele reparatiesHoogwaardige en kritische verbindingen, zoals pijpleidingreparaties, tie-ins en drukdragend offshorewerk
Typisch dieptebereikVooral in de eerste tientallen meters; de praktische grens is afhankelijk van de duikmethode, lasprocedure en projecteisenKan met closed-bell- en saturatieduiken tot op enkele honderden meters worden toegepast
KwaliteitsniveauGoede constructieve laskwaliteit is mogelijk, maar snelle afkoeling, waterstofopname en beperkt zicht stellen grenzen aan het procesEen laskwaliteit vergelijkbaar met conventioneel bovenwaterlassen is haalbaar door de gecontroleerde, droge lasomgeving
AWS-lasklasseAfhankelijk van de gekwalificeerde procedure en projecteisen; Class B komt veel voor, maar Class A of O kan projectspecifiek mogelijk zijnClass A of Class O kan afhankelijk van de procedure, toepasselijke code en projecteisen haalbaar zijn
LasserskwalificatieEN ISO 15618-1 of AWS D3.6MEN ISO 15618-2 of AWS D3.6M wanneer de Amerikaanse code wordt toegepast
LasmethodekwalificatieISO 15614-9 of AWS D3.6MISO 15614-10 of AWS D3.6M
Kosten en mobilisatieRelatief snel te mobiliseren en doorgaans minder materieel- en kostenintensiefAanzienlijk complexer en kostbaarder door habitat, positionering, gas- en drukmanagement en eventueel saturatieduiken

Onze opleiding en kwalificatie richten zich op hyperbaar nat lassen — de methode achter het overgrote deel van het civiele en constructieve onderwaterlaswerk in Europa. Het is bovendien het natuurlijke fundament vóór specialisatie richting habitat-werk bij een werkgever.

Verder lezen: kwalificaties voor pijpleiding-lassen per diepte →

Leer het vak waar het begint

Hyperbaar nat lassen, getraind en gekwalificeerd onder de DNV-vlag in Enkhuizen.